De
Haagse Beek
Op
het brugje van de Bonistraat hebben we afgesproken.
Een kennis zal het hek dat toegang biedt tot het
eigen terrein van de bewoners van het Couperus
Duin met haar sleutel openen. Ik fotografeer aan
de overzijde van de brug een vogel die klapwiekend
en spetterend een douche neemt onder een afvoerpijp
in de Haagse beek.
Ik
buig me over de brugrand en zie de beek als een
nauwe koker aan de onderkant langs rimpelen en
verlopen in een kap van groen. Het diepzwarte
water weerkaatst in kringen het blauw van de septemberhemel.
Broeierig warm is het. Achter me heeft de kennis
het hek van de Couperus Duinachterkant geopend.
De beek heeft hier het aanzien van een vijver,
die verderop weer versmalt. Tuinen en huizen worden
gereflecteerd zonder geluid. Op een tuintafel
slaapt een witte kat. Diepe schaduw en afgewaaide
bladeren drijven op het water. Hoe fotografeer
je adem van rust?
Helaas
het digitale wonder camera geeft aan dat het leeg
is. Mijn kennis heeft batterijen. Om bij haar
flat te komen moeten we met gebogen hoofd diep
door de knieën onder steigers doorscharrelen.
Vanaf haar plat aan de beek – een verrukkelijke
plek – die mij toen ze er pas woonde volkomen
had verrast, neem ik foto's van het verdroomde
bestaan van dingen langs de beek. Alles is roerloos
aanwezig. Door een geopend tuimelraam zwijgt een
stenen tuinhuis met sierlijke smeedijzeren buitentrap
pal voor de lens. De onzichtbare beek is voelbaar.
De
omgekeerde weg terug naar het hek, laag gebukt,
levert bij het overeind komen een nieuw gezichtspunt
op. De weerkaatste huizen en tuinen in de divergerende
beek komen in beeld. Spiegeling en het gespiegelde
verenigd. Dat weet je, dat leert het verstand.
Maar aan de begoocheling van de optische werkelijkheid
die de beek oproept onttrekt men zich niet. De
beek is een vermoeden. De beek is een feit.
Pem
Sluijter/ Archipelkrant- oktober
|