| January 3rd, 2007
rombauts
December 23rd, 2006
Star of the Nativity
In the cold season, in a locality accustomed to heat more than to cold, to horizontality more than to a mountain, a child was born in a cave in order to save the world; it blew as only in deserts in winter it blows, athwart.
To Him, all things seemed enormous: His mothers breast, the steam out of the ox's nostrils, Caspar, Balthazar, Melchior - the team of Magi, their presnts heaped by the door, ajar. He was but a dot, and a dot was the star.
Keenly, without blinking, through pallid, stray clouds, upon the child in the manger, from far away - from the depth of the universe, from the opposite end - the star was looking into the cave. And that was the Father's stare.
Joseph Brodsky, december 1987
This wonderful poem of the Nativity has moved me. The horizontal view the poet takes as well as the vertical, both being presented as dots in depth - the star and the child - adds to the cosmic dimension of the event of the birth of Jesus. The stare of the Father looking at his Son, represented in the star from the opposite end of the universe, illuminates what has happened: God from afar has drawn near to the earth in the greatest mystery ever: The Word became flesh. In him was life, and that life was the light of men.
John
December 10th, 2006
Angel
A white, pure cotton angel till this day hovering in my closet on a metallic hanger. It's thanks to him that nothing untoward in all these years has ever happened to me, or to these quarters. A modest radius. one might say, though clearly delineated. Having been made in the likeness but incorporeal, angels possess just color and velocity. The latter explains their being everywhere. That's why you are still with me. Wings and shoulderstraps can indeed manage without a proper torso, shapely limbs, or love per se, and cherish anonymity, letting the body burgeon with happiness whose diameter lies somewhere in evergreen California.
1992, Joseph Brodsky
Brodsky schrijft over een engel op een hanger in zijn klerenkast. Ook in de kleren die in de kast hangen zit geen lichaam. De engel is van katoen en is gebonden aan zijn plaats. Hij bezit geen snelheid om zich te verplaatsen. Daarom is de engel nog steeds bij hem. Hij heeft net als de kleren op de hangers alleen schouderstrips en vleugels; Hij kan zonder, noodzakelijker wijs ook zonder liefde, en blijft verder anoniem. Maar het verlangen is onbeteugeld. Zijn romp, de zetel van het verlangen, kan desondanks uitbotten in gelukkig zijn. De middellijn daarvan bevindt zich in evergreen - het eeuwig groene - Californië. Beeldspraak voor onsterfelijkheid. Het wezen van de engel hoezeer ook in een stoffelijke vorm gedwongen, een vorm die de mens zichzelf voor gebruik heeft toegeëigend, kan niet worden gegrepen en stil gelegd.
Pem
November 29th, 2006
AULD LANG SYNE
Should auld acquaintance be forgot And never brought to mind? Should auld acquaintance be forgot and auld lang syne?
For auld lang syne, my dear for auld lang syne. We 'll take a cup o' kindness yet for auld lang syne.
And surely ye'll be your pint stowp! And surely I'll be mine! We 'll take a cup o' kindness yet For auld lang syne.
We twa hae run about the braes, And pou'd the gowans fine; But we've wander'd money a weary fitt, sin' auld lang syne.
We twa hae paidl'd in the burn Frae morning sun till dine: but seas between us braid hae roar'd Sin' auld lang syne. And there's a hand, my trusty fiere,! and, gie's a hand o'thine! we'll tak a right gude-willie waught for auls lang syne.
Robert Burns
Sommige blauwe theekoppen van Spode, die in de huishoudens van grootouders werden gebruikt , hebben aan de binnenrand de regel We'll take a cup of kindness yet / for auld lang syne. Schots, maar van welke dichter en uit welk gedicht? Aan deze martelende onzekerheid -martelend als je bijna dagelijks met die regel wordt geconfroteerd-maakten vrienden tijdens hun gezamenlijke 'jaarwisseling' in aanwezigheid van het Kanaal overgestoken vrienden en familieleden kort geleden een eind. Het gedicht van Robert Burns, (18e eeuws Schots nationaal dichter) werd, omgezet in Engels, door een van hen voorgedragen. Ze waren zo vriendelijk de originele tekst toe te sturen en schreven erbij: "Wij gebruiken dit vers veelal met Engelse vrienden om de vriendschapsbanden te onderstrepen." Voor old time's sake dus een kopje vriendelijkheid samen drinken. Met een beetje moeite is het te doen om deze tekst te ontsleutelen. Wie levert een Nederlandse vertaling? Aan deze martelende onzekerheid -martelend- Schots, maar welke dichter en uit, welk gedicht
P.
November 12th, 2006
In Ark van Noach op de weblog van deze site wordt het éénlettergrepig gedicht van de 17e eeuwse predikant en kerkhistoricus Jakob Reefsen genoemd (1586-1658). Als dichter bekend onder de naam Jacobus Revius. Reefsen heeft in zijn verzen het calvinisme een heftige toon gegeven. Uitdrukking van diep gevoelde emotie. Barokke woordkeus. Ik vind hem geestig. Noach overleeft niet zonder zijn 'drij wijfs daar nog bij'. Een gedicht van 66 regels, ultra kort : steeds drie woorden van één lettergreep.
De Zondvloed
Hoog en lank, Breed en gank, Dik en stark Was de ark. Daar in klam Sem en Ham Met zijn broer, Vaar en moer, En nog drij Wijfs daar bij. Al het vee Had daar stee. Hart en hind, Brak en wind, Beer en leeuw, Roek en spreeuw, Peerd en os, Haas en vos, Zwijn en aap, Geit en schaap, Los en das Daar ook was.
Hen en haan, Specht en kraan, Duif en pauw, Uil en kauw, Raaf en gier Vand men hier. Kraai en snip Vloog in t schip. Mus en vink Daar in gink. Draak en slang Men hier dwang. Hond en kat, Muis en rat, Groot en klein, Vuil en rein, Kwaad en goed, Fel en zoet, Wild en tam Daar toe kwam. Al wat vloog In het droog,
Al wat kroop, Of zijn loop Hadd' op 't land Kwam ter hand. Wat men niet In en liet, Mens of beest, Gaf den geest In den grond', Om de zond Die het al Bracht ten val. Paar bij paar Trad daar naar Weer aan 't land, Door Gods hand Die liet af Van zijn straf. Hem, de Heer, Zij de eer!
Otto Veldhuizen
October 21st, 2006
THE ANGEL
I Dreamt a Dream! what can it mean? And that I was a maiden Queen, Guarded by an Angel mild; Witless woe was ne'er beguil'd!
And I wept both night and day, And he wip'd my tears away, And I wept both day and night, And hid from him my heart's delight.
So he took his wings and fled; Then the morn blush'd rosy red; I dried my tears, & arm'd my fears With ten thousand shields and spears.
Soon my Angel came again; I was arm'd, he came in vain; For the time of youth was fled, And grey hairs were on my head.
William Blake (1757-1827)
Anoniem
September 25th, 2006
Nog een reactie vanuit onze leeskring op een gedicht van Slauerhoff. Na Brief in een flesch gevonden , De terugkeer. Daarin beschrijft Slauerhoff de vrouw waar hij zijn hele leven tevergeefs naar heeft verlangd, die voor hem onbereikbaar is gebleven en die zo heel anders was dan hij: ze heeft een sterke vrede over zich, houdt van een grijs bestaan, zit graag te lezen op het kerkhof in een boek dat al kent (!). Maar het warme, ware verhaal gebeurt niet, het blijft een droom. De trieste dromige Jan, die altijd blijft verlangen.
II
Zij leeft in 't afgelegen, mistig land Dat ik verliet de wereld om te varen; Zij woont er nog, ik weet het zeker, want Een sterke vrede was de hare.
Het maakte haar niet neerslachtig dat de weiden Groen waren, lente, zomer, herfst en winter. Zij werkte, en wist altijd iets te vinden Dat 't grijs bestaan tot een rein wonder wijdde.
Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag, Er stond een bank onder het schrale loover, Achter een schrompelende wilgenhaag Bijna vergeten door den zomer.
Daar kon ze soms 's avonds na het dagwerk toeven, Zag van haar boek, 't liefst een dat zij al kende, de wolken trekken over molens, hoeven, Tot de avondzon haar weer aan huis deed denken.
Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen Overgegaan in een warm, waar verhaal. Maar zij zou mij van verre zien komen: Het lage land ligt tot den einder kaal.
leeskring Harmelen
|