Archive for maart, 2006
van Heinrich Heine

Omdat het nu écht lente is, wil ik het volgende gedicht van Heinrich Heine laten lezen. Dit jaar (17 februari) was zijn 150e sterfdag.
 
Leise zieht durch mein Gemüt
liebliches Geläute.
Klinge, kleines Frühlingslied,
kling hinaus ins Weite.
 
Kling hinaus bis an das Haus,
wo die Veilchen sprießen!
Wenn Du eine Rose schaust,
sag, ich lass sie grüßen.

Hendrik van Teylingen

De baron fietst rond.
Uit zijn bel met monogram
klinken madrigalen.

Zijn moeder op het gazon
met zilverspar en zonnewijzer
begiet de livrei harer bijen.

Vader dommelt in de grond.

(uit ‘De baron fietst rond’)

HUIS VAN BEWARING

Welkom

‘Welkom onder dit dak.
Aanvaard dit schone
ondergoed, dit schoon
bruinbombazijnen pak
en deze hoge schoenen.
Er staat u niets te doen.
Dat went wel, metterwoon.
Uw vloeitjes. Uw tabak.’

Sigaret op cel

Rook kringelt op.
Hij wuift het vuur
van zijn lucifer
en schrapt de kop
af aan de muur.
Wat rest aan hout
is voor zijn buur
die molens bouwt.

Nor

Hoe wordt
het hier laat,
mort een mond
tot een erwt
en een graat
op een bord,
– hoe komt
het hier rond.

Brief in een flesch gevonden

Hij stiet op ‘t rif met volle zeilen
En is met vloed weer vlot geraakt,
Maar zakte diep, er stond bij ‘t peilen
Drie vaam in ‘t ruim, hij was gekraakt.

Toen alle deckhands aan de pompen;
De schipper, daar het water steeg,
Trachtte ons ijver in te stompen.
Wij plunderden de drankkast leeg.

Hij liep op en neer over ‘t reddeloos wrak
Als een rat in de val: "Wij zinken!"
Ik lag al te kooi met een flesch cognac
Mij een laatste roes te drinken.

Ik keek door de poort: een boot stiet af
En trachtte een prauw te paaien.
Ik ging naar een eerlijk zeemansgraf,
zij stierven aan de assegaaien.

Wij zijn uit een lange roes ontwaakt,
De storm was geluwd, dagen later.
We zijn op een vlot aan wal geraakt
En vonden vruchten, zoet water;

En, in een diepe koele grot,
Een aangename woning.
Wij zijn tevreden met ons lot,
Gelukkiger dan een koning;

En lijden maar aan twee dingen gebrek
Waarvoor wij een pink wilden geven:
Wij hebben hier geen draadje shag
En nog veel minder jenever.

Gij die deez’ flesch op ‘t strand mocht vinden,
Doe in een kist wat drank en tabak
En stuur het met zeestroom en winden
Naar de overlevenden van ‘t wrak
Der Insulinde.

J.Slauerhoff (1898-1936)

het laatste hout

dat je nog eens groet
voor ik dood zal zijn

dan kan ik in mijn laatste hout
nog woorden branden
en laten weten
dat er veel zinnen zijn
blijven rusten

kom nog een keer dan
om je hand op mij te leggen
beloof het
geloof jezelf

pietersz van calumburgh

Fernando Pessoa

"Eens heb ik bemind, en dacht ik dat men mij beminnen zou,
Maar ik werd niet bemind.
En wel om deze ene grote reden:
Omdat het niet mocht zijn.

Ik troostte mij door mij te wenden tot de regen en de zon,
En door weer voor mijn huisdeur te gaan zitten.
De velden zijn tenslotte niet zo groen voor wie bemind zijn
Als voor hen die dat niet zijn.
Voelen is onoplettend zijn. "

Alberto Caeiro ( FERNANDO PESSOA)  uit de Hoeder van kudden  en vertaald door August Willemsen.